|
Bij waarnemen in elevatie heeft van Soest proeven gedaan door de oren af te dekken met een plaat waarin een klein gat zat. Het waarnemen in kaarthoek was even nauwkeurig als zonder afdekplaat, maar de elevatiewaarneming was niet meer goed mogelijk. Hieruit werd de conclusie getrokken de oorschelpen een belangrijke rol spelen bij het vertikaal richtinghoren. Van Soest heeft een theorie opgezet, die op basis van het tijdverschil dat het geluid bij de twee oren aankomt - de kaarthoekwaarneming - en de waarneming van het intensiteitverschil voor beide oren - de elevatiewaarneming - aangeeft hoe de hersenen deze informatie verwerkt tot de richtingwaarneming. (zie artikel "HET RICHTINGSHOOREN IN DE RUIMTE") Een tweede uitkomst van zijn onderzoek was de ontdekking van het schadelijke effect van het geluidtransport door metalen- of rubberpijpen, omdat dit verzwakking en vervorming veroorzaakte en daarmee het geluidsbeeld verstoorde. Van Soest combineerde beide vondsten. Hij verkreeg een parabolische geluidsspiegel met een cirkelvormige doorsnede van ongeveer 120 cm, gemaakt van gips aan beide zijden bedekt met een papierlaag. Deze werd in tweeën gedeeld en elk oor van de luisteraar werd geplaatst in het brandpunt van een van beiden. Vergelijkende proeven op de Waalsdorpervlakte toonden aan dat deze opstelling betere resultaten opleverde dan de in gebruik zijnde buitenlandse luistertoestellen. Van Soest concludeert dat de brekingswet van Snellius gebruikt kan worden voor de voortplanting van geluid in lucht waar druk-, vocht- en temperatuurgradiënten breking van de voortplantingsrichting van geluid veroorzaken. Verder treedt er door windinvloed breking op doordat windsnelheden vlak boven de grond vanaf het maaiveld van nul toenemen tot de maximaal optredende windsnelheid op zekere hoogte. In verband met de luistertoestellen waren deze atmosferische onderzoeken nog nimmer uitgevoerd. Van Soest heeft een team, bestaande uit Prof.Elias, Prof. Zwikker, Dr Zijlstra en hemzelf, bij elkaar gebracht met als doel wiskundige theorieën te ontwikkelen die de diverse brekingsaspecten beschrijven. Als resultaat van het onderzoek geeft bijvoorbeeld de temperatuurgradiënt de volgende resultaten, weergegeven in de volgende figuur. Bij het bovenstaande figuur is sprake van een temperatuur die naar boven toeneemt, bij de onderstaande figuur neemt de temperatuur naar boven af. In het gearceerde gebied kan de bron niet worden waargenomen. Tijdens praktische metingen is gebleken dat bij optredende gradiënten grote hoekafwijkingen in de waarnemingsrichting en de werkelijke richting van een geluidsbron kunnen optreden. Deze hoekafwijkingen kunnen veel groter zijn dan de afwijkingen die optreden door de onnauwkeurigheid in het waarnemen met luistertoestellen.
|
Artikel "RICHTINGSHOOREN BIJ SINUSVORMIGE GELUIDSTRILLINGEN" door J. L. VAN SOEST en P. D. GROOT (ingescande versie) Artikel "HET RICHTINGSHOOREN IN DE RUIMTE" door J. L. VAN SOEST en P. D. GROOT (ingescande versie) Artikel "DAS MINIMUM AÜDIBILE UND DIE KONTRASTSCHWELLE" von J. L. VAN SOEST und P. D. GROOT (ingescande versie) |
||