|
Bij de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Marine zijn beproevingsinstanties voor het uitvoeren van kwaliteitsbeproevingen aan wapensystemen en bijbehorende munitie. In opdracht van deze beproevingsinstanties zijn vanaf de Tweede Wereldoorlog op het gebied van de ballistische meettechniek door het Physisch Laboratorium TNO (Ph.L.-TNO), het Laboratorium Elektronische Ontwikkelingen voor de Krijgsmacht (LEOK) en het TNO Fysisch en Elektronisch Laboratorium (TNO-FEL) vele opdrachten uitgevoerd. Het eerste contact
op het gebied van het meten ten behoeve van de ballistiek is ontstaan
omstreeks 1949. In dat jaar was de beproevingsinstantie van de Koninklijke
Landmacht, de Commissie van Proefneming (CvP) nog steeds demissionair
als een gevolg van de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1949 tot heden
zijn er door de bovengenoemde onderzoekslaboratoria
vele projecten op het gebied van de ballistiek uitgevoerd. In 1949 was
het aantal opdrachten nog gering, maar al snel namen de activiteiten ten
behoeve van de ballistiek toe. Het uitvoeren van controle aan wapensystemen en munitie is een noodzaak, immers het meten van het gedrag is van groot belang voor de kwaliteitsbewaking en inzicht of het doel waarvoor ze gemaakt zijn wordt gerealiseerd. Eigenschappen, die gemeten dienen te worden in relatie met een projectiel zijn onder andere:
Belangrijke eigenschappen van het wapen of kanon zijn onder andere:
De genoemde laboratoria
hebben vele meetapparaten voor het meten van bovengenoemde eigenschappen
ontwikkeld. Sommige van deze systemen waren op het moment van in gebruik
nemen toonaangevend ten aanzien van functionaliteit en technische mogelijkheden.
Van deze meetapparaten zijn er een beperkt aantal bewaard en worden in
het museum Waalsdorp tentoongesteld.
|
|
||
| |