| |
De komst van digitale
technieken in de ontwikkeling van tellers opende een nieuwe mogelijkheid
voor nauwkeurige metingen in verschillende onderzoeksgebieden. Dit betrof
in het bijzonder de bepaling van frequentie of tijdinterval tussen twee
opeenvolgende gebeurtenissen. Omdat commerciële apparatuur aanvankelijk
niet beschikbaar was en/of niet aan militaire eisen voldeed, ontwikkelde
het Physisch Laboratorium tussen 1950 en 1970 drie generaties tijdintervalmeters
voor de Commissie van Proefneming van de Koninklijke Landmacht.
Deze meters werden
gebruikt bij meting van vluchttijden en bij de bepaling van de snelheid
van projectielen.
Meter met buizen
Dit apparaat van 1950
bepaald het tijdinterval in eenheden van 1 microseconde tot maximaal 1
seconde. De uitlezing is uitgevoerd met neon-lampjes.
Meter met transistoren
Dit model, in 1962
in gebruik genomen, meet in eenheden van 1, 10 of 100 microseconden gedurende
respectievelijk 1, 10 of 100 seconden. De uitlezing is uitgevoerd met
digivisers, dat zijn draaispoelmeter met getallenschijf 0 t/m 9, waarvan
één cijfer wordt geprojecteerd op een matglas.
Meter met geïntegreerde
schakelingen
Deze meter was in
gebruik vanaf 1970. Tijdseenheden 0,1, 1 of 10 microseconde gedurende
respectievelijk 1, 10 of 100 seconden. De uitlezing was met gasontladings-cijferbuizen.
|
|

Meter
met buizen

Meter met transistoren

Meter met geïntegreerde schakelingen
(klik op de foto's voor een
grotere afbeelding)
|