![[TNO-logo]](../images/banner.gif)
De initiatie van de digitale technieken is op het Laboratorium Elektronische Ontwikkelingen Krijgsmacht (LEOK) begonnen binnen de toenmalige systeemgroep Data Handling. In 'de buitenwereld' kenmerkte zich de 'state of the art' door de toepassing van buizen en relais, totdat omstreeks 1958 de transistor als halfgeleider werd geïntroduceerd en als schakelelement zijn plaats veroverde. Toen dan ook in 1960 op het LEOK een aantal werkzaamheden afliepen, kwam er ruimte vrij om eigen kennis op te bouwen.
In 1961 werd een begin gemaakt met het onderzoeken van de mogelijkheden van
gebruik en toepassing van digitale technieken. Geëxperimenteerd werd met
verschillende uitvoeringen van poortschakelingen,
optelcircuits, schuifregisters en dergelijke.
Daarbij werd gebruik gemaakt van circuitonderdelen die door andere laboratoria
ter beschikking waren gesteld (o.a. Physisch
laboratorium van de Rijksverdedigings Organisatie TNO (RVO-TNO) en het STC).
In 1962 werd de aldus opgedane ervaring toegepast in een project ten behoeve van de
Koninklijke Landmacht.
Daarvoor werd een 'voertuigtestapparaat' ontwikkeld, dat geschikt was
om verschillende karakteristieken (snelheid, accelleratietijd, remweg)
van een motorvoertuig te meten en vast te leggen en dat gebruikt kon
worden voor het ijken van andere afstands- en snelheidsmeters.
De uit een impulsgever verkregen informatie werd daarbij verwerkt in digitale circuits,
die waren samengesteld uit Philips circuitblokjes.
Bij de realisatie van dit project werden vooral 'timing'-problemen ontmoet.
Verbeteringen t.a.v. de timing werden volledig doorgevoerd in een volgend project,
bestemd voor de Kon. Luchtmacht,
dat startte in januari 1963.
Dit project had als doelstelling
de hoogtemeting in een navigatiestation van de KLu te automatiseren. De omvang
van dit project, genaamd RIVA (Radar Informatie Verwerkende Apparatuur) was
in die tijd vrij groot voor het laboratorium, o.a. doordat meer systeem- en
techniekgroepen bij de realisatie werden ingezet.
De verwerking van de door middel van een video-integrator verkregen radarinformatie
en het genereren van stuurgegevens voor de VI-antenne, vonden plaats in een digitale rekenaar.
De 'follow-up' van het RIVA-project was het 3D-simulatorproject ten behoeve van de Koninklijke Marine (lopend van 1965 tot 1970). De simulator moest dienen voor het injecteren van gesimuleerde doelen en clutter in de 3D-radar.
De simulator is tot begin 1975 in gebruik geweest, en een nadere beschrijving van het systeemconcept kan onder meer worden gevonden in ROERING, 10, 2, december 1973, blz. 64-77.
Voor de realisatie werd gestart met een huurcomputer van Ferranti; deze Hermescomputer ('germanium-logica') is van begin 1966 tot medio 1967 op het LEOK geweest, en is te beschouwen als de eerste echte general purpose computer waarop programmeringswerkzaamheden konden worden uitgevoerd.
In maart 1967 arriveerde
(na een bewogen overnameprocedure) de Ferranti SIMREK als projectcomputer op het
LEOK, op dat moment een moderne 'militaire' computer waarvan de Koninklijke
Marine totaal drie stuks en de Royal
Navy ook diverse had aangekocht.
MuseumWaalsdorp@tno.nl