![[TNO-logo]](../images/banner.gif)
De bestelling werd (na enige vertraging) eind 1969 geplaatst, zodat er na de aflevering van de 3D-simulator in 1970 voor het LEOK een 'computerloos tijdperk' aanbrak.
Wel konden op de SIMREK in Den Helder nog beperkte werkzaamheden worden uitgevoerd, maar de in die tijd opgerichte Rekenafdeling/programmeergroep moest zich toch hoofdzakelijk beperken tot het voorbereiden van de komst van de eigen Ferranti FM1600B computer. Gelukkig werd het einde van deze periode vervroegd doordat de RAREK computer uit het 3D-project vrijgekomen was en aan het LEOK ter beschikking werd gesteld.
In de zomer van 1971 werd de eigen FM1600B op het LEOK in bedrijf gesteld. Bovenstaande, bij de overdracht gemaakte, foto's geven een indruk van het systeem.
Het computersysteem bestond uit de centrale verwerkingseenheid, 16K geheugen (later 40K), 22 interruptkanalen, waarop reeds aangesloten de standaard-randapparatuur:
Aan software kwamen beschikbaar compilers
voor ALGOL
60, FORTRAN II en CORAL 64, een assembler voor FIXPAC, een subroutine bibliotheek
en utiliteitsprogramma's. CORAL 64 was destijds de NAVO programmeerstandaard,
blokgestructureerd zoals Algol 60, voor toepassingen in real-time omgevingen.
De vertaler (compiler) has zes passes! Berekeningen konden gedaan worden in
integer, floating point, of fixed point (waarbij de komma steeds op een ander
punt terechtkwam). Voordeel was was optimale nauwkeurigheid bij maximale snelheid.
FIXPAC (FixedPoint Autocode) was de assembler. De instructies waren gebaseerd
op drie adressen, bijv. Va=Vb+Vc - V werd met de Griekse letter 'nu', een klein
rond v-tje geschreven).
De programma-invoer vond plaats vanaf ponsband. Bij compilatie in verschillende fasen verscheen de tussencode eveneens in ponsband. De bediening geschiedde d.m.v. het operatorpaneel. Al snel hebben wij zelf een eigen besturingssysteem ontwikkeld om vanaf magneetband te werken. Na deze aanpassing herkende de bootstrap magneetband als "boot device".We noemden dat "BOS". Daarna werd een groter besturingssysteem "EOS" geladen vanaf magneetband met een simpele commandostructuur en een zeer universele IO-interface. Een zelfgeschreven teksteditor, zoals die van de PDP 8 completeerde het geheel. Compilers werden gedecompileerd en aangepast om van de IO-interface gebruik te gaan maken ("Ik herinner mij nog dat Pim O. maanden heeft zitten zweten op de Algol compiler, die toen eindelijk de daarna legendarische regel "zo is het goed jongens" produceerde"). Het geheel werd bediend vanaf een Tektronix beeldstation met geheugenscherm, zodat wij van de lawaaige teletype afwaren. Het besturingssysteem hebben wij terug kunnen verkopen aan Ferranti: we kregen een extra blok geheugen. EOS is ook nog toegepast, met schijfeenheid, i.p.v. magneetband, bij het Mechlua trainer project.
Een project uit die tijd dat gebruik maakte van de Ferranti was Torpeval (2D fase). Waarbij aan boord van schepen opgenomen informatie op het LEOK werd bewerkt en gepresenteerd in plots en in tabelvorm. Om de regeldrukker en plotter te kunnen bereiken moest dit project in assemblercode worden geprogrammeerd. Later werden de ALGOL en FORTRAN compiIer tot dit doel door LEOK aangepast, met het voordeel van sneller en gemakkelijker programmeren. Op hardware-gebied werd in die periode de hiervoor noodzakelijke geheugenuitbreiding tot 32K gerealiseerd en de display-terminal aangekoppeld.
Het systeem werd ingezet voor:
Het grote project van het LEOK uit die tijd is de Mech Lua (Luchtafweer) Trainer (MLT) ook met FM1600B computers van Ferranti. Deze zijn tot in 1998! in Ede in gebruik geweest. Een van de TNO-FEL medewerkers constateert begin 1998: "Het is verwonderlijk om een dergelijke computer nog te zien werken en het maakt ook nog niet een al te aftandse indruk".
MuseumWaalsdorp@tno.nl