[TNO-logo]
Museum logo

MUSEUM "WAALSDORP"

Radiocommunicatie met een Würzburg-Riese antenne: experimenten

 

Met de gunstige eigenschappen voor de bediening van deze antenne, waarmee tevens een versterking van 27 dB te bereiken was, zijn een aantal interessante experimenten uitgevoerd.

In het kader van het Geofysische jaar werd een Troposcatter verbinding (radioverbinding d.m.v. radiogolfreflecties tegen de grenslaag van de Troposfeer op ongeveer 11 km boven de aarde) met een zender geplaatst op het eiland Tromsö in Noorwegen op een afstand van ruim 800 km! gerealiseerd.

De antenne van de zender was opgebouwd uit 120 afzonderlijke dipoolantennes (12 x 10) voor een frequentie van 150,9 MHz, geschikt voor een zendvermogen van 4 kW. Door de 28,5 dB antenneversterking betekende dit dat er 2,3 MW beschikbaar kwam in het centrum van deze zendantenne. Een eenvoudig patroon van RYRY tekens, amplitude gemoduleerd verzonden werd door de Würzburg-Riese opstelling ontvangen en hoorbaar gemaakt.

Door de deelname aan een experiment om de wereldwijde propagatie voorbij de radiohorizon te bepalen, werd er ook door de Würzburg-Riese ontvanger vastgesteld dat deze 10 dB verzwakking per 20 km bedroeg. Dit eveneens voor de frequentie van 150,9 MHz.

Naast het onderzoeken van de verschillende luchtlagen rond de aarde als mogelijk medium bij de radiocommunicatie is er in de zestiger jaren van de vorige eeuw ook de maan als mogelijke reflector voor radiogolven onderzocht.

Op 24 juli 1965 gelukte het een medewerker van het Physisch Laboratorium RVO-TNO verbinding te maken met een radiostation in de Verenigde Staten via de maan. Met een zelfgebouwde zender op de 70 cm golflengte en een ontvanger met de antenne van z'n baas, de Würzburg-Riese antenne, gelukte het hem een verbinding met dit amateurradiostation te realiseren.

Op het gebied van radar waren de Amerikanen ons al voorgegaan met het gebruik van de maan als reflector. In september 1945 werd een project met de naam "project Diana" gestart om een radarsysteem te ontwikkelen dat instaat was om radio-impulsen naar de maan te zenden en na meer dan twee seconden de echo's te detecteren. Met 0,25-seconde impulsen op een frequentie van 111,5 MHz en een piekvermogen equivalent aan 3000 watt gedurende deze 0,25 seconde werd de verbinding tot stand gebracht.

Op 31 augustus 1964 werd met de Würzburg-Riese antenne de ontvangst in Nederland van de eerste afbeeldingen van de aarde gerealiseerd. De afbeeldingen waren door de Amerikaanse satelliet NIMBUS-1 uitgezonden. (voor meer informatie: 1, 2).

Aan de boven- en onderzijde van de foto is zichtbaar dat er storing in het ontvangen signaal aanwezig was. Dit werd veroorzaakt door het van achter de horizon vandaan komen of het achter verdwijnen van de polaire satelliet NIMBUS I, die zich op 1000 km hoogte over de polen van de aarde bewoog.

Op een frequentie van 435 MHz werd een telegrafieverbinding met Puerto Rico tot stand gebracht. In juli 1965 diende de maan als reflector om het radiosignaal over een afstand van 770.000 km te transporteren. De 330 m diameter reflector van het ARECIBO Observatorium in Puerto Rico diende als tegenstaton. Het ontvangen vermogen was hierbij nog maar 10-25 deel van het uitgestraalde vermogen.

Met behulp van verschillende andere militaire satellieten werden verbindingen onderhouden met de andere NAVO-landen in Europa. Maar ook met marineschepen werd contact gemaakt met de Würzburg-Riese installatie als zendontvanger voor Nederland.

In 1977 viel echter het doek voor de Würzburg-Riese antenne. Na gedurende drie decennia te zijn gebruikt als spil in de radiocommunicatie voor het Physisch Laboratorium RVO-TNO werd de antenne naar het land van herkomst teruggebracht.

 


(volledige weergave 167 KB)

     


MuseumWaalsdorp@tno.nl

Museum Homepage