|
TNO Defensie en Veiligheid,
locatie Waalsdorp is gebouwd op de vlakte die bekend staat als de "Vlakte
van Waalsdorp". Deze heeft in de loop der eeuwen verschillende gezichten
gehad, zowel in de aard van het landschap alsook in het gebruik ervan.
Nadat de omgeving,
zo’n 1500 jaar voor Christus, deel uitmaakte van een uitgestrekte strandvlakte,
werden er in opeenvolgende verstuivingsperioden duinenrijen gevormd. Hierdoor
zijn zowel de "Oude Duinen" (voor onze jaartelling) als de "Jonge
Duinen" (in de Middeleeuwen) tot stand gekomen. Tussen deze duinenrijen
ontstonden vochtige valleien met veengroei, waar zich later bos ontwikkelde.
Door grootschalige houtkap in de Middeleeuwen en door verstuiving, ontstond
de tamelijk "kale" Vlakte van Waalsdorp, waar de oorspronkelijke
verveende (zeer oude) lagen aan de oppervlakte kwamen. Zo’n plaats wordt
ook wel "geologisch venster" genoemd.
In de late Bronstijd
(1100-700 voor Chr.) en de late IJzertijd (400 voor Chr.- 0) werd de vallei
door groepen jagers bezocht die, aan de Noord-rand ervan, (semi)permanente
woonplaatsen vestigden.
In de Romeinse tijd
(50 voor - 400 na Chr.) en later in de Middeleeuwen (1000-1500 na Chr.)
werden pogingen gedaan om meer permanente woonplaatsen te vestigen en
zelfs agrarische activiteiten te ontplooien. Dit agrarisch gebruik werd
hierbij zeker tot twee keer toe plotseling afgebroken door snelle overstuiving
met duinzand (begin 13e en 14e/15e eeuw).
Hierna heeft zich
het nu bestaande duinlandschap gevormd. Vanaf de 2e helft van
de 18e eeuw (en mogelijk zelfs eerder) heeft de Vlakte van
Waalsdorp dienst gedaan als militair oefenterrein. De militaire historie
is te herkennen uit de vele vondsten van munitieresten en delen van wapens
en van uitrustingsstukken.
In 1927 is, zoals
reeds bekend, hier de basis gelegd van het huidige FEL door ingebruikneming
van het Meetgebouw.
Het verhaal van de
ontstaansgeschiedenis van de vlakte heeft vorm gekregen aan de hand van
de resultaten van opgravingen en vondsten door zowel professionele archeologen
als door de activiteiten en vondsten van amateurarcheologen (veelal medewerkers
van het Physisch Laboratorium en het Meetgebouw). Zowel de professionele
als de amateur-archeologische activiteiten zijn goed vastgelegd middels
verslagen en tijdschriftartikelen. De eerste directeur van het toenmalige
"Meetgebouw" Ir. J.L. van Soest heeft als amateur het gebied
reeds voor 1940 archeologisch in kaart gebracht door afpassen met de voet.
Van de bewoningsactiviteiten
zijn voornamelijk potscherven aangetroffen. Hiernaast zijn resten van
vuurplaatsen (bewoning of tijdelijk verblijf) en spitsporen (agrarische
activiteit) aangetroffen. Het is zelfs zo, dat de vloer van het FEL-museum
midden in een middeleeuwse akker ligt. Een van de foto’s toont spitsporen
uit deze akker.
Uit de periode van
het begin van onze jaartelling tot heden zijn ook andere gebruiksvoorwerpen
gevonden zoals mantelspelden, knopen, munten e.d.
|