|
De meteorograaf registreert de temperatuur met behulp van een gebogen bi-metalen thermometer, de luchtvochtigheid met een haarhygrometer en de luchtdruk met een Bourdontype barometer (een luchtdicht gebogen vaatje, dat zich strekt of inrolt bij veranderende luchtdruk). Elk van deze meters beweegt via hefbomen een aftaster over een (met 2 (barometer), 3 (hygrometer) of 4 (thermometer) draden parallel gewikkeld) gebogen houder. Een van de draden van deze houders maakt door middel van een rolletje van de aftaster verbinding met een schakelwalsje, in de vorm van een cilindertje. Dit cilindertje, dat via een wormoverbrenging wordt aangedreven door een elektromotortje, draait rond met één omwenteling per seconde. De trommel van de cilinder is gemaakt van isolerend materiaal en is aan de buitenzijde bedekt met een geleidend patroon voor Morsecodering. Op dit cilindertje zijn contacten aangebracht (gevers). De
aftasters van de verschillende instrumenten, bedienen de contacten van
het hierboven weergegeven walsje. Voor
de barometer, waarvan het verloop van de luchtdruk bij de stijging
van de luchtballon met ca 5 m/sec vrijwel exponentieel verloopt, zijn
de meetmomenten voor deze luchtdruk overeenkomstig dat exponentieel verloop
gekozen. Eerst na 4, daarna na 15, 32, 63 enzovoorts aftastcontacten wordt
de barometerindicatie met contact 8 van het walsje doorgegeven. De hygrometer
geeft bij de metingen het mogelijke wisselend verloop (buien) van de vochtigheid
in nauwkeurige stappen weer. De hygrometer is opvolgend doorverbonden
met de sleepcontacten 6, 5 en 7 van het walsje/ Omdat het verloop van
de temperatuur in de verschillende te passeren luchtlagen sterk
kan verschillen, moest deze zo nauwkeurig mogelijk worden vastgelegd.
Zoals aangegeven draait het schakelwalsje met één omwenteling
per seconde. Per omwenteling worden er achtereenvolgens twee Morse-gecodeerde
contactverbindingen gemaakt met de zender.
Om het verloop in de temperatuur, zowel oplopend als afnemend, goed te kunnen onderscheiden is in het contactenbaantje de volgende volgorde van Morsetekens voor continue oplopende temperatuur opgenomen: o, i, a, n, i, a, n, o, a, n, i, a, n, i, o, n, i, a, n, i, a, o, i, a, n, enzovoorts volgens het onderstaande schakelwals figuur. Dus een opeenvolging van i, a, n waarbij in de zeventallen de i, a, of n door de o (4) is vervangen.
Het doorgeven naar de zender bestaat uit het in het ritme van de Morsecode aan- en uitzetten van de batterijspanning voor de zendbuis, een enkelvoudige triode, door de trilleromvormer. De primaire wikkeling van de trilleromvormer wordt daartoe in dat ritme naar aarde geschakeld. De frequentie van 600 Hz van de trilleromvormer wordt toegevoerd aan het rooster van deze triode. Met de zendfrequentie van 50 MHz (golflengte = 6 m) wordt de Morsecode dan 600 Hz amplitude gemoduleerd verzonden. Thermometer en barometer
werden, gemonteerd in de meteorograaf, geijkt in een geëvacueerd
en gekoeld vat. De thermometeraftaster was zodanig geplaatst dat deze
zowel voor als achteruit gestuurd kon worden door de bimetalen thermometer
om het te verwachten temperatuurbereik te kunnen bestrijken. Signaalontvangst vond plaats met een eenvoudige superregeneratieve ontvanger, waarmee afstanden tot honderd kilometer mogelijk waren. Tevens werd een speciale richtinggevoelige antenne ontwikkeld om de kaarthoek (azimut) van de uitzending te bepalen. Registratie en het verkrijgen van meetgegevens werden verzorgd door de Militaire Weervoorspelling Dienst, waarvan geen technische details beschikbaar zijn.
Na het terugvallen van de Meteorograaf op aarde werd de vinder van het instrument instaat gesteld deze terug te bezorgen bij de Militaire Weerdienst. Waarna hij een premie van ca f 7.50, een voor die tijd hoog bedrag, tegemoet kon zien. Een maand voor het
uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd een artikel van Prof. J.L. van
Soest over de radiosonde gepubliceerd in het
Tijdschrift van het Nederlandsch Radiogenootschap. Een overdruk is hier
(pdf) te vinden. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |