90 jaar

1927 – 2017
90 jaar defensieonderzoek op de Waalsdorpervlakte

In het Meetgebouw van de Commissie voor Physische Strijdmiddelen van het Ministerie van Oorlog, de eerste voorloper van het TNO-FEL (noot: sinds 1 januari 2005 TNO locatie Den Haag Waalsdorp), werd op 1 december 1927 door Ir. J.L. van Soest en de heer P. Groot onderzoek en ontwikkeling gestart ten behoeve van de Nederlandse Defensie. Dit 90-jarig jubileum in 2017 was een mijlpaal waaraan niet zonder meer voorbij gegaan kon worden.

Prof. Dr. Ir. J.L van Soest
Prof. Dr. Ir. J.L van Soest

Aanleiding tot de start van het laboratorium in 1927 waren berichten in Nederlandse en andere kranten in het jaar 1924 over een dodende straal. Deze en andere geheimzinnige stralen zouden vooral in Duitsland zijn waargenomen. Ontstekingsmechanismen werden ontregeld, waardoor vliegtuigen om onverklaarbare redenen neerstortten en auto’s stilhielden. [Deze berichten waren waarschijnlijk gebaseerd op de hoax van de Engelse onderzoeker Harry Grindell Matthews]

Naar aanleiding van deze berichten werden in de Tweede Kamer van de Staten Generaal vragen gesteld aan de Minister van Oorlog. De minister, dr. J.J.C. van Dijk, beloofde een onderzoek naar deze berichten te zullen instellen. De Minister vroeg advies aan prof.dr. Hendrik Antoon Lorenz. Als resultaat van het gesprek met Lorenz werd prof. jhr. dr. G.J. Elias uitgenodigd op te treden als voorzitter van een commissie, welke deze zaak zou onderzoeken.

Prof. jhr. dr. G.J. Elias
Prof. jhr. dr. G.J. Elias

Zo werd op 25 november 1924 met een ministeriële beschikking de Commissie voor Physische Strijdmiddelen opgericht met als voorzitter prof. Elias en met zowel civiele als militaire leden.

Brief van de Minister van Oorlog mbt instelling Commissie voor Physische Strijdmiddelen
Brief van de Minister van Oorlog mbt instelling Commissie voor Physische Strijdmiddelen
Brief van de Minister van Oorlog mbt instelling Commissie voor Physische Strijdmiddelen - pagina 2
Brief van de Minister van Oorlog mbt instelling Commissie voor Physische Strijdmiddelen – pagina 2

Uit de beschikking blijkt dat de minister, na zijn adviseurs gehoord te hebben, de Commissie en veel ruimere opdracht gaf dan louter de studie omtrent dodende stralen. De oprichting van de Commissie was een daad van vooruitziend staatsmanschap. Fysische hulpmiddelen werden van steeds grotere betekenis voor de strijdmacht en daardoor was het noodzakelijk over een deskundige organisatie te beschikken.
Al spoedig kwam de Commissie tot de overtuiging, dat zij, om efficiënt te kunnen werken, de behoefte had aan een laboratorium, waar één of een paar wetenschappelijke krachten onderzoek zouden kunnen verrichten. Op 29 oktober 1925 richtte de Commissie een brief aan de minister met het voorstel voor de oprichting van zo’n laboratorium, de aanschaf van instrumenten en de indienstneming van personeel.

De minister berichtte per brief dd. 2 juni 1926 dat met de bouw van het laboratorium kon worden begonnen. Op voorstel van de Commissie werd het gebouw in een rustige omgeving, de Vlakte van Waalsdorp, gesitueerd en kreeg het de beschikking over een afsluitbaar proefterrein. In september 1926 polste professor Elias Ir J.L. van Soest om als eerste ingenieur van het nieuw te bouwen laboratorium op te treden, aangevuld met een academicus en twee technici. Ir. van Soest nam na enige tijd van overdenking het aanbod aan, maar verzocht voor de eerste aanloop slechts met twee man, één ingenieur en één technicus, te beginnen. Op 15 februari 1927 werd Ir. van Soest op arbeidsovereenkomst in dienst genomen. Op 1 december 1927 trad als technicus instrumentmaker P.D. Groot aan. Nu kon met het onderzoek een aanvang worden gemaakt in het zojuist gereed gekomen gebouw, waarin ook de Militaire Weerdienst werd gehuisvest. Het gebouw werd geen laboratorium maar “Meetgebouw” genoemd om reacties te vermijden van anti-militaire zijde en bovendien om de activiteiten aldaar beter geheim te kunnen houden.

Het Meetgebouw op de Waalsdorpervlakte
Het Meetgebouw op de Waalsdorpervlakte

Akoestische luistertoestellen voor het opsporen van vliegtuigen en voor het kunnen richten van luchtdoelartillerie was een van de eerste onderwerpen waaraan onderzoek werd verricht door het Meetgebouw. Dit onderzoek leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling en productie van een eigen luistertoestel. Tevens werd in een vroeg stadium gewerkt aan de ontwikkeling van middelen voor de elektrische overbrenging van richtgegevens.

Experimenteel luistertoestel type van Soest
Experimenteel luistertoestel type van Soest

Rond 1933 was het aantal medewerkers meer dan verdubbeld en kon ook worden begonnen met onderzoek en ontwikkeling op het gebied van radiosondes en radiocommunicatie. Een van de nieuwe medewerkers was jhr. ir. J.L.W.C. von Weiler, de latere directeur van het Laboratorium Elektronische Ontwikkelingen Krijgsmacht (LEOK). Hij kreeg in 1934 de opdracht tot de ontwikkeling van een ultrakortegolf zend–ontvanger, hetgeen in 1939 leidde tot fabricage. In 1940 werden die toestellen in gebruik genomen door de Koninklijke Landmacht.

Model van de ultra-kortegolf zend-ontvanger
Model van de ultra-kortegolf zend-ontvanger

 

Von Weiler vaart met het zenderdeel van de ultrakortegolf zend-ontvanger op de Westeinder Plassen naar de meetlocatie. Dit zenderdeel, links achter in de boot, is een pré-prototype dat het "tempelmodel" werd genoemd.
Von Weiler vaart met het zenderdeel van de ultrakortegolf zend-ontvanger op de Westeinder Plassen naar de meetlocatie. Dit zenderdeel, links achter in de boot, is een pré-prototype dat het “tempelmodel” werd genoemd.

Het verrichtte communicatieonderzoek leidde echter ook tot de ontwikkeling van een Nederlandse radar, dat naar analogie van het akoestisch luistertoestel het elektrisch luistertoestel werd genoemd.

Model van het "electrisch luistertoestel"
Model van het “electrisch luistertoestel”
Luistertoestel zender-ontvanger op de Isaac Sweers
Luistertoestel zender-ontvanger op de Isaac Sweers

Vanaf 1934 werden tevens activiteiten ontplooid op het gebied infrarood, zoals het infrarood beveiligingssysteem voor rivieren. Naar de onderzoeksgebieden kijkend is in de periode voor 1940 de basis gelegd voor de onderzoeks- en ontwikkelingsgebieden van het huidige laboratorium.

Meting van ontstekingsruis aan vleugelloos vliegtuig
Meting van ontstekingsruis aan vleugelloos vliegtuig

Tijdens de Duitse bezetting werd het Meetgebouw als organisatie vanaf 28 juni 1941 opgenomen in de PTT-organisatie als Physisch Laboratorium PTT. Gedurende de Duitse bezetting lag vanzelfsprekend het militaire werk stil, doch werd gewerkt aan civiele opdrachten. Voorbeelden hiervan zijn het hoogfrequent diathermie-apparaat en de gelijkstroomversterker. Ondergronds werd echter wel gewerkt aan een grote omroepzender voor gebruik na de bevrijding.

Na de bevrijding werden de oorspronkelijke werkzaamheden weer opgepakt, doch nu als Physisch Laboratorium TNO. Alleen het radaronderzoek ging met von Weiler mee naar het Laboratorium Elektronische Ontwikkelingen (LEO), het latere LEOK.

Op het Physisch Laboratorium werd begonnen met onderzoek op het gebied van microgolven, wat uiteindelijk geleid heeft tot de ontwikkeling van phased-array radar antennes.

Het TNO Fysisch en Elektronisch Laboratorium (TNO-FEL) ontstond op 1 december 1984 door de fusie van het Physisch Laboratorium TNO en het LEOK TNO. Sinds 1 januari 2011 is de naam gewijzigd in “TNO locatie Den Haag Waalsdorp”. Dit laboratorium heeft echter nog een belangrijk element dat aan het in 1927 opgerichte Meetgebouw herinnert, namelijk de personeelsvereniging het “Meetgebouwfonds”.

De eerste verjaardagen van de oprichting van het Meetgebouw werden gevierd ten huize van de toenmalige directeur, Ir. van Soest. Uit deze vieringen is eigenlijk de personeelsvereniging ontstaan. Men ging namelijk onderling een spaarpotje opzetten om daaruit voor een zieke collega of voor een huwelijk van één van de medewerkers een bloemstukje te kopen. Door de personeelsuitbreiding groeide het spaarpotje al snel tot een “fonds”, waaraan vrijwel ieder personeelslid bijdroeg. Het was nu nog slechts een kleine stap om te komen tot de oprichting van een personeelsvereniging, die uiteraard de naam ging dragen van het oorspronkelijke potje: het “Meetgebouwfonds” en de formele status kreeg van vereniging met statuten en een bestuur.

Een bijzonder gebruik ontstond toen in 1935 de eerste baby werd geboren bij het personeelslid J.W. Groenewold. Aan hem werd een paplepel met inscriptie uitgereikt. De inscriptie was een L-C trillingskring, hierbij geeft het aantal windingen van de spoel aan het hoeveelste kind het is in het gezin, terwijl het getal in de trillingskring het aantal baby’s aangeeft dat op dat moment reeds bij personeel van het Meetgebouw geboren is. Bij tweelingen stonden twee gekoppelde ketens op de paplepel. De gewoonte is in stand gebleven tot circa 1985.

Links de inscriptie op de paplepel voor de 5e baby van een personeelslid en de 50e bij het Meetgebouw. Rechts een tweeling, resp. de 76e en de 77e.
Links de inscriptie op de paplepel voor de 5e baby van een personeelslid en de 50e bij het Meetgebouw. Rechts een tweeling, resp. de 76e en de 77e ‘Meetgebouw’-babies.
Paplepel in doos
Paplepel in doos
Close-up van twee paplepels met toegevoegde naaminscripties
Close-up van de 554e en 579e paplepels met  later toegevoegde ingegraveerde namen 

 

Na de Oorlog zijn de activiteiten van de vereniging sterk uitgebreid door het oprichten van vele onderverenigingen, van tennisclub tot autohobbyclub.

De logo's van de onderverenigingen van het Meetgebouwfonds
De logo’s van de onderverenigingen van het Meetgebouwfonds

Velen hebben sinds 1 december 1927 meegewerkt aan het succes van het laboratorium. De twee grondleggers en pioniers uit de begintijd van TNO locatie Den Haag Waalsdorp zijn ir. J.L. van Soest, de eerste directeur, en jhr. ir. J.L.W.C. von Weiler, de latere directeur van het LEOK.

Voor het team van Museum Waalsdorp leek het een goed idee het verleden nog eens in herinnering te roepen. Voor het opstellen van bovengenoemde tekst zijn gegevens gebruikt uit het jubileumboek “Physisch Laboratorium TNO 1927/1977”. Dit artikel is in 2002 verschenen in de maanduitgave “FEL-Gekleurd” van TNO-FEL ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan en respectievelijk in 2007 en 2017 geactualiseerd tijdens het 80-jarige en 90-jarige bestaan.
Het museumteam: Nico de Brieder, Geert Heebels, Aad van der Voort