Computerhistorie: TNO-PhL periode 1964 – 1974

Vroege computergeschiedenis van het Physisch Laboratorium TNO (1964 – 1974)

Het computerwerk op het Physisch Laboratorium TNO kende een explosieve groei. De jaren 1964, 1970, 1971 en 1974 zijn de belangrijkste jaartallen met betrekking tot de computercapaciteit van het Laboratorium in de vroege computergeschiedenis.
 

MADAS elektrisch aangedreven rekenapparaat
MADAS elektrisch aangedreven rekenapparaat

 

Monroe elektrisch aangedreven bureaucalculator
Monroe elektrisch aangedreven bureaucalculator

 
In de jaren vóór 1964 werden bovengenoemde werkzaamheden verricht met behulp van tafelrekenmachines door onder andere medewerkers met de functieaanduiding van rekenaar. Dit werk kostte veel manuren, bijvoorbeeld een matrixinversie van een eenvoudige matrix van 24 x 24 kostte vijf manuren achter een Madas, een elektrisch aangedreven tafelrekenmachine met een mechanisch telwerk.

In 1964 deed de eerste general purpose computer zijn intrede in het Laboratorium. Het werd een Elliott/NCR 803B computer die spoedig na aankomst beheerd door een nieuw geformeerde researchgroep Wiskunde/Operationele Research. Deze groep was van het begin af aan de grootste gebruiker geweest van het centrale computersysteem.
 

Elliot/NCR 803B in de computerruimte
Elliot/NCR 803B in de computerruimte

 
De Elliott/NCR 803B beschikte over een geheugen van 8192 woorden van 39 bits, een cycletime van 576 microseconde (~175 kHz). Voor opslag van gegevens beschikte de Elliot over magnetische “film”: drie films van 262,144 woorden (4096 blokken) van 29 bits. Een woord bevatte of twee instructies, of een getal (12 decimals fixed point; 9 decimals floating point).
 

Ponsbandreparatiehulpmiddel: doorsnijden en gaatjes prikken
Ponsbandreparatiehulpmiddel: doorsnijden en gaatjes prikken

 

Ponsbandreparatieplakband
Ponsbandreparatieplakband

 
Aan randapparatuur werd geleverd: een 5- en 8-kanaals 500 tekens/sec (cps) ponsbandlezer (papertape), een 5- en 8-kanaals 100 cps ponsbandponser, en later een Calcomp 563 plotter. De software bestond uit een assembler, Algolvertaler, een eenvoudig simulatiepakket en een plotterpakket. Algauw was het werkaanbod dusdanig, dat gebruik buiten de normale werkuren noodzakelijk bleek. Een automatische telefoonbeantwoorder werd op het Laboratorium ontworpen, teneinde thuis via het computergeluid te kunnen vernemen hoever een bepaald programma gevorderd was. Was er een parity-error te horen, dan kwam men op de fiets naar het Laboratorium om de fout te herstellen.

In 1965 werd reeds voorzien, dat snelheid en randapparatuur te beperkt waren. In het volgende jaar moest om die reden computercapaciteit van de Afdeling Bewerking Waarnemingsuitkomsten TNO, het latere IWIS-TNO, worden gehuurd. In de volgende jaren werd tevens een beroep gedaan op de computer van het Shape Technical Centre (het huidige NATO Communications and Information Agency – NCIA).
Het duurde tot 1970 alvorens het Laboratorium kon beschikken over een voor zijn taak berekende opvolger, een Control Data 3200 computer. Reeds medio 1967 was hierop aangedrongen.

Control Data 3200 computer

De Control Data 3200 computer beschikte over een geheugen van 32K woorden van 24 bits, een cycle-time van 1.25 microseconde en uitgebreide randapparatuur, zoals schijfeenheden, magneetbandeenheden, kaartlezer, printer en plotter. Meer over de Control Data 3000-serie systemen is te vinden op Wikipedia.

CDC 3200 floorplan
CDC 3200 floorplan

 

CDC 3200 floorplan - ander aanzicht
CDC 3200 floorplan – ander aanzicht

 

Het CDC 3200 systeem
Het CDC 3200 systeem op het Physisch Lab

 

Control Data 1700

In 1971 werd het computersysteem uitgebreid met een Control Data 1700 minicomputer en een interactive graphic display met lichtpen, de Digigraphic. Tot de randapparatuur van de CD 1700 behoorde een papertapestation en een interface-eenheid met mogelijkheden om allerlei randapparatuur te koppelen. Ten behoeve van het “Wargaming” project werden onder andere een kleurentelevisiemonitor en diaprojectoren via deze apparatuur aan het CD 3200/1700 computersysteem aangesloten door middel van zelf ontwikkelde interfaces. Tot de software behoorden onder andere diverse vertalers voor hogere programmeertalen, zoals Algol 60, Fortran en Cobol en enkele programmapakketten.

Digigraphic met lichtpen
Digigraphic met lichtpen

Vanwege het sterk groeiende computergebruik werd eind 1972 reeds gedacht aan een groot computersysteem. In juni 1974 werd dit gerealiseerd. De CD 3200 werd vervangen door een Control Data 6400 computersysteem. Hierover later meer.
Een dergelijk groot systeem was alleen gerechtvaardigd indien ook “anderen” voor technisch-wetenschappelijk werk ten behoeve van de krijgsmacht van dit systeem gebruik zouden gaan maken.

In 1975 werd de CD 1700 ingeruild voor de Control Data SYSTEM 17 minicomputer (in een nieuwere versie CDC System 18 geheten). De software voor de koppeling van die minicomputer met de Control Data 6400 werd, evenals dat bij de beide vorige systemen het geval was, zelf ontwikkeld. Hiermee ontstond het Control Data 6400/ SYSTEM 17 computersysteem. Van dat systeem werd, behalve door het Laboratorium, ook gebruik gemaakt door de andere Rijksverdedigingsorganisatie (RVO)-laboratoria (PML TNO te Rijswijk en IZF TNO te Soesterberg), het LEOK in Oegstgeest en diverse krijgsmachtdelen. Zowel de grootte van het systeem, als de diversiteit van gebruikers is in 1975 aanleiding geweest om de beheersfunctie op te dragen aan een nieuwe groep, de Computergroep, voortgekomen uit de researchgroep Wiskunde/Operationele Research.

Verantwoording

Deze tekst komt uit het gedenkboek “Physisch Laboratorium TNO 1927 – 1977”