Computerhistorie: achtergrond m.b.t. de Mech Lua Trainer (‘PRTL trainer’)

Computerhistorie LEOK: achtergrond voor de Mech Lua Trainer (MLT)

Source: “The Netherlands AA Tank Training System”, Publication 1/1980 by HSA B.V. and LEOK-TNO

The 35 mm AA Tank CAESAR: Introduction

MLT leaflet
MLT leaflet

With the introduction of the 35 mm Anti-Aircraft tank, type CA-1 (CAESAR) between 1977-1979, the Netherlands Army had the disposal of a modern and sophisticated weapon system. The Caesar system was developed on the basis of Netherlands military requirements for an armoured vehicle equipped with a proven AA weapon coupled to a highly effective radar fire control system and capable of keeping pace with other armoured units on the battlefield.
Oerlikon-Contraves, Hollandse Signaalapparaten and Kraus Maffei jointly developed the CA-1 weapon system.

The AA tank fills the gap in the defence against low-flying aircraft. The weapon system, mounted on a Leopard 1 battle tank chassis, is fully autonomous, its main components being:

  • a search and tracking radar,
  • two periscopes,
  • fire control system with an analogue computer, and
  • a 35 mm twin gun.

The AA tank has a crew of three men: the commander, the gunner and the driver:

  • The commander is in charge of the tactical use of the weapon system. He evaluates the air threat, decides about target engagement, and maintains radio communication.
  • The gunner is charged with the engagement of the target selected, using the optimum mode of operation. If necessary, a single operator can execute an engagement and operates the entire weapon system.
  • The driver manoeuvres the AA tank as ordered by the commander.
AA a.k.a. Pantser Rups Tegen Luchtdoelen (PRTL); nicknamed Pruttel
AA a.k.a. Pantser Rups Tegen Luchtdoelen (PRTL); nicknamed Pruttel

 

Pantser Rups Tegen Luchtdoelen (PRTL); nicknamed Pruttel
Pantser Rups Tegen Luchtdoelen (PRTL); nicknamed Pruttel

The X-band search radar continuously scans the surrounding airspace, no matter whether the vehicle is at standstill or on the move. In the MTI mode of operation, only moving targets are displayed on the radar screen. Each target displayed is automatically interrogated for its identity (friend or foe).

The commander selects the target to be engaged by marking the echo and presses a button for automatic acquisition and tracking of the target by the X-band/Ka-band tracking radar, whilst air surveillance by the search radar will continue without interruption.

Commander and gunner have a periscope at their disposal. These are used in the optical mode of ground and air target acquisition and tracking, and combat zone observation.

The fire control system aims the guns, taking into account the continuously measured target data, the meteorological data, and the muzzle velocity. As soon as the target is within the effective range, the operator receives the “Ready for Firing” indication.

More background information in Dutch on the PRTL can be found here.

Mech Lua trainer (MLT)
Mech Lua Trainer (MLT) – tank unitcabine met plaatsen voor twee cursisten

 

De Ferranti computerrekken
De Ferranti computerrekken

 

Instructeursconsole
Instructeursconsole

 

Contourplaatje
Contourplaatje

De opdracht aan het LEOK in september 1970 om een studie uit te voeren naar de mogelijkheden om een trainer te realiseren voor een door de Koninklijke Landmacht aan te schaffen gemechaniseerd Lucht Doel Artillerie-wapensysteem PRTL (Pantser Rups Tegen Luchtdoelen) leidde tot de realisatie van een succesvol trainer-programma. Samen met Hollandse Signaalapparaten werd in het midden van de jaren zeventig de ontwikkeling van de hierboven in  het Engels beschreven ‘Mech Lua Trainer‘ (later PLT = Pantser Luchtdoel Trainer genoemd) gestart en tegen het einde ervan overgedragen aan de Koninklijke Landmacht. Met de trainer was het mogelijk om gelijktijdig drie teams van een commandant en een schutter training te geven met functies als doel evaluatie, acquisitie en tracking. Synthetische radar- en periscoopbeelden zijn gecorreleerd. De simulatie van het lawaai van de geschutstoren en elektronische tegenmaatregelen maakten deel uit van het simulatieprogramma.

Het systeem was opgebouwd uit drie deelsystemen. Deze bestond uit een wapensysteemsimulator, een gevechtsveldsimulatie en faciliteiten voor de instructeur. Met de bouw van deze trainer werd door TNO veel kennis opgebouwd van Computer Aided Instruction (CAI) en Computer Ondersteunend Onderwijs in trainingssimulatoren. De CAI-activiteiten leidden tot de ontwikkeling van een universeel toepasbaar modulair opgezet CAI-systeem. Dit CAI-systeem kon worden verbonden met een verscheidenheid aan real-time-simulatoren. Het kon zowel dienen voor het prepareren van trainingsscenario’s, als veel van de diagnose van de resultaten van de leerling gedurende de training overnemen. Het CAI-systeem bestond daarom uit twee hoofdmodules: een preparatiemodule en een trainingsmodule.

Het operationele mobiele luchtdoelartilleriesysteem PRTL vertoonde een mate van ‘commonality’ met het Duitse Gepard-systeem. Voor beide wapensystemen was eind jaren tachtig een mid-life update-programma voorzien. In het kader van de samenwerking van het Duitse en Nederlandse leger en de mogelijkheid van gezamenlijk optreden van de wapensystemen werd besloten dit update-programma bilateraal uit te voeren, waarbij de trainingssimulatoren voor de Nederlandse PLT-V, (PLT-Verbeterd) integraal meegenomen werden. De CAI in de PLT was 15 jaar eerder geleverd door het LEOK, een voorloper van TNO-FEL. Deze CAI functioneerde nog steeds naar volle tevredenheid. Om die reden werd TNO-FEL gevraagd ook de CAI ten behoeve van de PLT-V te ontwikkelen. Voor de uitvoering van de totale traineropdracht werd een consortium gevormd, bestaande uit hoofdaannemer Krauss-Maffei München, Deutsche System Technik (DST) Bremen, Hydraudyne Boxtel enTNO-FEL Den Haag. Van overheidszijde was het Bundesamt für Wehrtechnik und Beschaffung in Koblenz (BWB) de opdrachtgever namens Duitsland en Nederland.

Eind 1994 werd de TNO-FEL-ontwikkeling succesvol afgesloten door middel van Factory Acceptance Tests. In 1995 zijn de subsystemen van de verschillende partners geïntegreerd tot een totaalsysteem bestaande uit een Nederlandse en een Duitse simulator en één instructeursstation. Dit totale systeem is daarna beproefd door de Nederlandse en Duitse scholen, waarbij de uitkomsten van en de opgedane ervaringen later zijn verwerkt in de uiteindelijke specificaties voor de seriebouw. De onderzoekperiode door de eindgebruiker werd positief afgesloten. In 1996 werd de seriebouwopdracht geplaatst voor levering in 1998.

Conform de verwachting is gebleken dat de CAI het trainingssysteem een grote stap voorwaarts heeft gebracht op het gebied van automatische (objectieve!) beoordeling en lesvoortgang, gebruikersvriendelijkheid en instructeursondersteuning. Hoewel bij de aanvang van het project bij de Duitse school enige reserve bestond ten aanzien van de moderne Nederlandse trainingsfilosofie die integraal onderdeel uitmaakt van de CAI werd later een positieve houding waargenomen. Door de realisatie van deze trainer werd weer een stap vooruitgezet in het kader van de Duits-Nederlandse militaire samenwerking.