Geschiedenis TNO Waalsdorp: Speurtocht naar het oude kunstwerk in de entreehal

Speurtocht naar het oude kunstwerk in de entreehal

Begin juni 2013, vraagt een lid van de bewakingsdienst van het TNO-gebouw op Waaldorp of iemand van het museum bekend is met de herkomst van de tegeltableau in de centrale hal. Deze is aan het loskomen van de muur en aan het afbrokkelen. Men heeft het geheel gestut om verder afbrokkelen te voorkomen. De vraag is of het kunstwerk waardevol is. Dan moet misschien restauratie worden overwogen. Het enige dat bekend is, is dat het tegeltableau door de bouwer van de nieuwbouw in 1968 geplaatst is.

In het archief van TNO is op dat moment niets over het tegeltableau te vinden. Wie is de kunstenaar? Waar is het geproduceerd? Wat betekent het figuur?

Kunstwerk in goede staat
Kunstwerk in 2008 nog in goede staat

 

De signatuur
De signatuur: TD 1968

De auteur van dit verhaal is geïnteresseerd en neemt zich voor deze vragen te beantwoorden. De speurtocht levert uiteindelijk de antwoorden op.

Als eerste wordt een oud-directeur benaderd. Die herinnert zich alleen het door het personeel aangeboden draadkunstwerk, niet het tegeltableau. Op 27 juni 2013 volgt een e-mail aan een oud-collega. Die collega heeft als TNOer werkzaamheden verricht voor architect Bleeker. Bleeker is de architect van de nieuwbouw van het Physisch Laboratorium TNO in opdracht van Defensie, Gebouwen, Werken en Terreinen. Weet hij iets over het tegeltableau of het verhaal bij het mozaïek? Nee; misschien weet een andere oud-collega wat. Op 10 juli 2013 komt uit de herinnering naar boven dat het kunstwerk afkomstig is van de Porceleyne Fles in Delft. “Helemaal zeker weten doe ik het niet, maar een informatie daar is gauw gedaan. Succes.

Dezelfde dag een e-mail aan Royal Delft:  “Geachte Heer/ Mevrouw, In het gebouw thans in gebruik bij TNO, Oude Waalsdorperweg 63, Den Haag, is in 1968 bij de oplevering aan Defensie Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen in de centrale hal een kunstwerk geplaatst, dat mogelijk van De Porceleyne Fles afkomstig is. TNO Physisch Laboratorium heeft na de oplevering het gebouw in gebruik genomen. Thans begint het kunstwerk af te brokkelen van de muur waartegen het is aangebracht. TNO heeft mij gevraagd of ik weet hoe het kunstwerk er gekomen is, want in het TNO-archief is er niets over terug te vinden. Inmiddels weet ik dat de architect die het gebouw heeft ontworpen Ir R. D. Bleeker het kunstwerk heeft aangeboden aan Defensie DGWenT. Een oud-medewerker meent te weten dat het kunstwerk is ontworpen bij De Porceleyne Fles. Nu is mijn vraag is dat juist. Als identificatie voeg ik een bijlage van het kunstwerk en de signering aan dit bericht toe. Ik hoop dat u dit raadsel kunt oplossen.

De dag erop volgt al antwoord: “Wij hebben de uitgevoerde werken in die jaren in Den Haag nagekeken maar vinden geen vermelding op dit adres. In onze bouwkeramische afdeling zijn vele van deze werken vervaardigd maar dit werk komt daar niet in voor. Ook is het niet gesigneerd als zijnde een werk van De Porceleyne Fles. Wij kunnen u daarom helaas niet verder helpen dit raadsel op te lossen. U kunt het nog proberen te achter halen bij Art Conservation in Vlaardingen of Structuur 68 in Den Haag. Succes verder.
Ook Structuur 68 is onbekend met het werk maar denkt dat het werk destijds wel bij de Porceleyne Fles is gemaakt. Art Conservation die alle bouwkeramische werken in de jaren ’60 in kaart heeft gebracht gaf ons ook geen oplossing.

Vervolgens wordt gespit in het museumarchief. Wellicht staat er iets in de verzamelde notities van Gerard Mooij, de eerste conservator van museum Waalsdorp. Een beschrijving over de nieuwbouw komt tevoorschijn met enkele details over het nieuwe gebouw van het Physisch Laboratorium RVO-TNO. Op de laatste bladzijde staat een handgeschreven aantekening: de ontwerper van het tableau is de heer Dobbelman. Het tableau is uitgevoerd bij de Porceleyne Fles.

Weer terug naar de Porceleyne Fles; hun antwoord: “U bent toch een stuk verder gekomen! Zoals ik al aangaf komt dit werk niet voor in de map uitgevoerde werken en de jaren ’60. Dit is ook de enige map uit die tijd die wij hebben in ons archief. Het overige archief is opgeslagen bij het Gemeentearchief te Delft dat in 2001 grotendeels is ontsloten voor publiek. Een groot deel van de uitgevoerde werken uit de afdeling bouwkeramiek (1955-1980) is enige jaren geleden door Art Conservation in kaart gebracht. Daarna zijn ook deze gegevens naar het gemeentearchief gegaan. Gegevens, als deze zijn bewaard door het Gemeentearchief, zijn daar dan ook op te vragen. Theo Dobbelman was als leider van de Experimentele afdeling van 1955 tot 1975 bij ons werkzaam.

Op 18 juli 2013 verwijst het Gemeentearchief ons door naar het Nationaal ontwerparchief die het Archief Theo Dobbelman beheert en naar het Archief Porceleyne Fles (inmiddels valtt dit archief onder Het Nieuwe Instituut). Uiteindeljk wordt het ontwerp van het tegelbleau gevonden in het archief van Theo Dobbelman bij het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie [“A.H.M. Dobbelman, Map 20/4, TNO ‘s-Gravenhage 1968”]. Hierin zit de opdracht van de architect aan Theo Dobbelman, die zowel een kunstwerk voor het TNO-gebouw als voor het naastgelegen gebouw van SHAPE (het huidige NATO Communication and Information Agency (NCIA)):

  • Aan: De Weledelzeergeleerde Heer Dr. Th. A. H. M. Dobbelman, Amsterdam. Betreft Laboratoriumcomplex RVO/ TNO/ STC, Waalsdorpervlakte. Versieringen ingangshallen. Weledelzeergeleerde Heer,
    Hiermede bericht ik U, dat zowel gebruikers van de beide gebouwen als ikzelf ons geheel kunnen verenigen met de door U gemaakte ontwerpen voor de wandversieringen van de ingangshallen.
    Ik verzoek U derhalve de uitvoering van de wandversiering overeenkomstig deze ontwerpen zo spoedig mogelijk ter hand te willen nemen.
    De prijs voor beide versieringen zal overeenkomstig Uw schrijven dd 23 juni 1967 inclusief het aanbrengen maar exclusief het zandcement, steigerwerk en O.B. achttienduizend gulden bedragen.
    Inmiddels, Hoogachtend, architectenbureau Ir.R.D.Bleeker

Over de uitwerking van de opdracht schrijft Theo:

  • De opdracht aan mij luidde om in de entreehal van het ene laboratorium, het Physisch Laboratorium TNO, een figuratieve decoratie te maken die verband houdt met de werkzaamheden op het terrein van de “COMMUNICATIE” en in het andere laboratorium, de SHAPE, een decoratie die de “RESEARCH” in het algemeen betrof. Aangezien het twee ‘zusterlaboratoria’ zijn, moesten ook de beide kunstopdrachten een zekere eenheid inhouden. Bovendien moest ik terdege rekening houden met de gebruikers van beide laboratoria, d.w.z. met een ingenieurswereldje waar begrijpelijkheid en verstaanbaarheid zwaar meetellen. Over het tegeltableau in het TNO gebouw: “De voorstelling behelst twee menselijke, sterk vereenvoudigde figuren die geheel los van elkaar staan en waarbij de “afstand” is aangegeven door het verschil in afmetingen. De lijnen verlopen van rechts naar links en van onder naar boven. Dit laboratorium houdt zich vooral bezig met de communicatie op zee en voor de onderzeeërs onder het wateroppervlak. De uitvoering geschiedde in keramisch materiaal en wel een verzaagd paneel van 124 x 547 cm en een dikte van 2,5 cm. De achterzijde van de keramische segmenten zijn ter betere bevestiging ‘gekamd’. De segmenten zijn ‘koud’ (zonder voegen) tegen elkaar geplaatst.
    Aangezien het paneel is aangebracht op de parterre heb ik de wanden in het trappenhuis recht boven het paneel een afzonderlijke bruine kleur laten geven. Hierdoor is het paneel niet meer geïsoleerd op de parterre, maar de trappen oplopend wijzen de gekleurde muurvlakken naar paneel geheel beneden.”

    Tegeltableau in het SHAPE-gebouw (1968). Dit tegeltableau schijnt al jaren geleden teloor te zijn gegaan
    Tegeltableau in het SHAPE-gebouw (1968). Dit tegeltableau schijnt al jaren geleden teloor te zijn gegaan

    Over het keramische paneel met het onderwerp RESEARCH: “Dit onderwerp viel bij mij in goede aarde omdat de problematiek van het rationeel denken als tegenpool van het irrationeel voelen mij bijzonder boeit en altijd geboeid heeft. Misschien wel omdat er geen meedeelbare oplossing voor dit probleem te vinden is. Denken en voelen is een eenheid en is dit tevens ook niet. Bij het denken worden gevoelens tot objecten (ideeën) gemaakt waarbij het “ik”-gevoel tevens een rationeel denkend “objectief” ik is geworden. Oldewelt noemde het “ik” daarom onze eerste medemens, voor zover ik mij dit juist herinner. In de mensafbeelding (rood) heb ik daarom een dito mensje (blauw) getekend. De denkende mens is niet dezelfde als de voelende mens en toch zijn zij een eenheid. Door het “zelfbewustzijn” wordt het “ik”een ding. Ik hoop dat mijn ontwerp, hoe simpel dan ook deze interpretaties een kans geven. Ook dit paneel is van keramische segmenten en beslaat een oppervlak van 193 x 333 cm. Dit paneel bevindt zich in het z.g. “SHAPE” laboratorium waar in hoofdzaak Amerikaanse geleerden werken. De directeur van dit instituut is een Amerikaanse officier en zei mij dat hij toch liever een grote Amerikaanse vlag op de muur zag! Ik heb hem toen gezegd dat ik een “toelichting” voor hem en zijn gasten zou maken. Dit heb ik gedaan. Ik heb weinig hoop dat zijn waardering gewijzigd is.”Het totale budget dat voor beide laboratoria besteed mocht worden bedroeg 18000,– gld exclusief O.B.

Ook wordt in het archief de offerte van de Porceleyne Fles gevonden:

  • Betreft: Laagrelief TNO Waalsdorpervlakte
    Ons Offerte No BK 10.637
    Hierbij doen we U onze verbeterde offerte toekomen voor de uitvoering van 12 m² laagrelief, te verdelen in twee reliefs.
    Ontwerp: Th. A. H. M. Dobbelman
    Oppervlakte: 12 m²
    Tegeldikte: 3 cm
    Het geheel zal versneden worden in kleine tegeltjes, waarvan de afmetingen nog nader met U zullen worden besproken.
    Prijs: Fl. 450,–/ m² af atelier Delft, Fl. 5400,– exclusief O.B.
    Levering: te Wassenaar op vrijdag 1 maart 1968

 

Het draadplastiek

Het personeel besloot in 1968 om de directie ter gelegenheid van de verhuizing naar de nieuwbouw een kunstwerk aan te bieden. G. Mooij ontwierp een draadplastiek dat met afstandhouders en een achterplaat op de muur in de entreehal geplaatst zou moeten worden. Door de afstand en schaduwwerking zou het pastiek dieptewerking hebben. Teleurstelling alom toen de beoogde locatie ingenomen bleek te zijn door het hierboven beschreven tegeltableau. Het draadplastiek stelt de combinatie van de elementen bedreigingen en tegenmaatregelen voor. Bedreiging en detectie vanuit de lucht wordt aangegeven met de vogel; het handje omhoog (radar) wijst naar de richting vanwaar het gevaar uit de lucht komt. Linksonder industrie, chemie en infrarood. Midden boven radiocommunicatie en telecommunicatie. Bedreiging en detectie van het gevaar van onder water wordt aangegeven door het schip, de krab en het handje dat naar beneden wijst.
Dit plastiek zwierf daarna jaren door ‘het gebouw’.

Draadplastiek, ontwerp G. Mooij (1968), verdwaald in een gang van het gebouw
Draadplastiek, ontwerp G. Mooij in 1968, verdwaald opgehangen in een gang van het gebouw

 

Kunstwerk Mooij
Beschrijving door de ontwerper (Mooij)

De huidige status

Op basis van de bovenstaande informatie is eind 2013 besloten om het tegeltableau achter een valse muur te plaatsen zodat het behouden blijft voor de toekomst.
Na de renovatie van het gebouw, vormde deze valse muur een wel erg wit vlak in de vernieuwde hal. Stoutmoedig heeft de museumcommissie hierop het in 1968 door het personeel aangeboden draadplastiek bevestigd. Na ruim 50 jaar hangt het draadplastiek eindelijk op haar oorspronkelijk bedoelde plek.

 
Met dank aan

Aad van der Voort die deze geschiedenis achterhaald heeft.