Human Factors: Verkeersgedrag

 

Afdeling Verkeersgedrag (1969 – )

 

De meerjarige en strategische relatie met de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) leidde er in 1969 toe dat er een afzonderlijke afdeling Verkeersgedrag werd opgericht. Later werd ook Rijkswaterstaat een belangrijke opdrachtgever voor deze afdeling. De afdeling Verkeersgedrag ten slotte richtte zich op rijgedrag, vormgeving van de weg en het voertuig en leerprocessen. Belangrijke wapenfeiten van het verkeerskundig onderzoek waren:

  • het veranderen van de kleur van de Nederlandse verkeerslichten voor een betere herkenbaarheid door kleurenblinden;
  • het veranderen van de kleur van de jasjes van wegwerkers en klaarovers van geel in oranje, om een betere opvallendheid te bewerkstelligen (dit onderzoek werd al in 1964 uitgevoerd binnen de afdeling Visuologie);
  • de veilige inrichting van het Nederlandse wegennet en de diverse ‘kunstwerken’ daarin (onder andere de te stellen eisen aan leesbaarheid, signalering en markering), en
  • het vooraf beoordelen van de onveiligheid van kruispunten.

De nieuwe afdeling Verkeersgedrag kreeg in de nieuwbouw van het IZF een eigen garage voor de geïnstrumenteerde auto’s waaronder de ICARUS.

ICARUS

Geïnstrumenteerde auto ICARUS
Fotocollage van de geïnstrumenteerde auto ICARUS

 

Defensieonderzoek-film uit 1990 over computerondersteuning van chauffeurs ruim voordat GPS op de markt kwam (ICARUS)
Defensieonderzoek-film uit 1990 over computerondersteuning van chauffeurs ruim voordat GPS op de markt kwam (ICARUS)

Vanaf 1985 startte TNO Voertuigdynamica enkele grote onderzoeksprojecten samen met het IZF. Het ging bij al deze projecten om de interactie tussen bestuurder en voertuig en de gevolgen daarvan voor de controle over het voertuig. Het onderzoek spitste zich toe op drie punten:

  • controle houden onder moeilijke omstandigheden,
  • de ergonomie van de auto en
  • de invloed van de weg en omgeving.

De proefnemingen waren bijzonder omdat medewerkers hierbij voor het eerst computersimulaties toepasten. Dit was mogelijk door met technische hulpmiddelen verkeerssituaties te creëren die te manipuleren waren. Door een stuurmachine te gebruiken kon de invloed van de menselijke bestuurder worden uitgeschakeld. Windmachines waren in staat sterke zijwind te veroorzaken. Rijkswaterstaat gebruikte de resultaten om bijvoorbeeld veiliger op- en afritten te ontwerpen. Later werd gewerkt aan de interactie tussen weg, voertuig en bestuurder en een ‘intelligent’ gaspedaal dat de bestuurder via langs de weg geplaatste apparatuur op een aan de verkeersomstandigheden aangepaste veilige snelheid hield.

Oog- en hoofdbewegingsapparatuur voor verkeerskundig onderzoek

Ook werd speciale oogregistratie-apparatuur ontwikkeld waarmee oogbewegingen van automobilisten konden worden geregistreerd. Onderwerpen in die tijd waren autorijden bij nacht (bijvoorbeeld zichtbaarheid van wegmarkeringen ’s nachts en ongevallen bij kolonne-rijden ‘s nachts), begrijpelijkheid van verkeersborden, en de ontwikkeling van een beter theoretisch verkeersexamen, waarbij gebruik werd gemaakt van geprojecteerde wegbeelden in plaats van geschetste verkeerssituaties op papier.

Oog- en hoofdbewegingsapparatuur voor verkeerskundig onderzoek
Oog- en hoofdbewegingsapparatuur voor verkeerskundig onderzoek

 

Bronnen
  • 75 jaar Human Factors: Past, Present and Future (2024)
  • TlC: a new method to describe driving performance (1983), Godthelp, J. Milgram, P. & Blaauw, G.J., Soesterberg, Institute for Perception TNO, IZF-1983-10
  • TLC: een nieuwe methode om rijgedrag te beschrijven, J. Godthelp, Verkeerskunde (1985) – pdf