Voormalige onderzoeksfaciliteiten: Laboratorium voor ballistisch onderzoek

Laboratorium voor ballistisch onderzoek

In 1992 krijgt het Laboratorium voor Ballistisch Onderzoek op de voormalige vliegbasis Ypenburg de beschikking over een 76 mm “laboratory gun”. Het laboratorium was onderdeel van het toenmalige Prins Maurits Laboratorium TNO (PML-TNO).

76 mm laboratoriumkanon
76 mm laboratoriumkanon

Een beschrijving in Roering(1992,2) stelt:

“Met het kanon kan onderzoek verricht worden naar het eindballistisch effect van moderne munitie op snelvliegende raketten bij realistische snelheden op het moment van inslag. Omdat het doel in deze opstelling stil staat, moet aan het projectiel een hogere snelheid dan in de praktijk worden gegeven, namelijk de snelheid van in inkomende raket (500 m/s) plus de normale vuursnelheid (1500 m/s). Het geïnstalleerde laboratoriumkanon met een grote kruitkamer (maximaal 5 kg kruit) en lange loop (15 m) maakt dit mogelijk.
De diameter van het 76 mm kanon is groter dan die van de projectielen die ermee worden verschoten; daarom worden deze ingebed in een passend drijflichaam, een kunststoffen cylinder (sabot). Nog in de loop wordt het projectiel hiervan gescheiden door het plotseling laten wegvallen van de druk achter het projectiel.
Nu komen projectielen doorgaans instabiel uit de loop; ze hebben dan een min of meer grote afstand nodig om stabiel te gaan vliegen. Om deze stabiele fase tijdens het onderzoek van nieuwe, zogenoemde vingestabiliseerde, projectielen te bereiken, is de schiettunnel van het laboratorium op Ypenburg verlengd tot 200 meter. De unieke onderzoekfaciliteit beschikt over een doelbunker voor explosies tot maximaal 25 kg springstof en zware verschervende munitie. Het is daardoor mogelijk om granaten tot een kaliber van 76 mm en kinetische energieprojectielen (massieve projectielen) tot maximaal 40 mm veilig de doelruimte in te schieten. Met een uitgebreid instrumentarium worden de gebeurtenissen in de schiettunnel en de doelbunker gevolgd: sensoren voor snelheids- en drukmetingen in de loop van het kanon en uiterst snelle optische camera’s en Röntgenflitsapparaten achter speciale vensters.
De doelbunker is een liggende cylinder met een meter-dikke betonnen wanden en een half bolvormige kop met zeer zware stalen wapening. Het geheel voldoet aan hoge milieu-eisen.

In 1992 wordt het kanon gebruikt bij de verdere optimalisering van projectielen van de Goalkeeper in opdracht van de Koninklijke Marine.”